Home Xenagama Uromastyx Testudo hermanni Terraria

 

 

 

Sphodromantis lineola

 

 

(bidsprinkhaan)

 

Leefgebied:

 

Centraal en West-Afrika waar ze de steppen en

bossen bewonen.

Voedsel:

 

Insecten  zoals krekels,wasmot larven, vliegen,

en motjes.

Vitamine/Calcium:

Is niet noodzakelijk bij afwisselend voeren.

UV:

Is niet noodzakelijk.

Grootte:

 

 

 

 

Vrouwtjes en mannetje worden volwassen maximaal

7 cm lang. De mannetjes zijn in principe iets kleiner

( en aanzienlijk slanker gebouwd ) maar hebben nagenoeg dezelfde lengte omdat hun vleugels verder over het achterlijf uitsteken....

Leeftijd:

Gemiddelde leeftijd is 1 jaar of nog iets ouder.

Geslachtsonderscheid:

 

 

 

 

 

 

 

Vrouwtjes hebben 6 buikschildjes terwijl de man er

7 (8?) heeft. Dit is i.v.m. de kromming die het achter

lijf moet maken bij de paring. Ook hebben vrouwtjes

een legbuis om eitjes te leggen, zij hebben dus 3

sprieten aan het achterlijf waarvan de middelste de

legbuis. Verder zijn mannetjes slanker gebouwd,

kleiner en hebben in verhouding langere vleugels

en langere voelsprieten.

Bijzonderheden:

 

 

 

 

De bidsprinkhaan is een carnivoor. Ze hebben een erg

beweeglijke kop. Ze wachten in een "bidhouding" op

hun prooi en slaan toe als de prooi voorbij komt.

De bidsprinkhaan is familie van de kakkerlak en niet zoals wel eens gedacht wordt van de sprinkhaan.

Ze zijn erg kannibalistisch, dus je moet ze alleen

huisvesten.

Cites:

 

Er is geen Cites verklaring nodig. Dit houdt in dat

de dieren vrij verhandeld mogen worden.

Linken:

 

 www.freewebs.com/mantisrijen

 www.invertebrate-focus.be     

 

 

 

© baardagamen.com

 

 

Eigen ervaringen:

Mijn interesse voor de bidsprinkhaan is ontstaan doordat ik getuige was van de

vervelling van een sprinkhaan die als voedseldier diende. Ik vond dat zo

wonderlijk om te zien en zodoende wilde ik me gaan verdiepen in de bid-

sprinkhaan. Al gauw kwam ik terecht op een forum en ik mocht meteen bij

een houder/kweker van bidsprinkhanen gaan kijken. Toen was ik natuurlijk

verkocht. Op zich stelt deze soort niet zo heel veel eisen aan zijn leefomgeving.

Ik heb een terra gekocht van 30 cm hoogte omdat je rekening moet houden

met het vervellen en de lengte die de soort kan bereiken.

Ik sproei nu 2-3 x per week lichtjes en dat lijkt gewaardeerd te worden.

De biddie wacht meestal hangend aan de bovenkant van zijn terrarium op een

langslopende prooi zoals een krekel. Zij neemt dan de "bidhouding" aan.

Apart vind ik dat ze meteen aan de prooi begint te eten, dus ze doden hun

prooi niet eerst. Mijn biddie heeft haar eerste ootheek ( eipakket) gemaakt op

04-12-05. Het maken hiervan heeft 4 uren in beslag genomen.

Dit is een schuimvormig pakket waar de eitjes inzitten. (zie foto)

Ze is wel met een man in contact geweest maar het is niet zeker dat ze

bevrucht is, ze heeft de man na de paring opgegeten.

Het kan dus ook zijn dat ze een onbevruchte ootheek maakt.

s'Avonds wordt de Sphodromantis lineola vaak wat actiever, ze klimt dan wat

heen en weer en af en toe hoor je ineens het slaan van de vangpoten of

het geluid van de vleugels. Ik heb ze nog niet in een dreighouding gezien.

Dan gaat ze rechtop zitten met de vangpoten omhoog/opzij.

Je ziet dan de 4 witte stippen op de binnenkant van de coxa.

Heel apart zijn ook de monddelen van de biddie, die bewegen allemaal

onafhankelijk van elkaar. Je kunt dat ook goed observeren als ze zich poetsen.

Ook "wippen" ze veel met het achterlijf. Wat hiervan de reden is, is mij niet helemaal duidelijk, waarschijnlijk het nabootsen van een blad.

 

                                                    

                                                                                    

Nomenclatuur van de bidsprinkhaan.

 
Pronotum:

Nekschild van de bidsprinkhaan.

Antenne:

De voelspriet.

Coxa:

 

 

 

Het stuk van de vangpoot dat vast zit aan de buikkant van het nekschild. Dit is het beweeglijke "heup"-gedeelte van de vangpoot. Bij sommige soorten heeft deze felle kleuren en vaak staat hier een aantal witgelige stippen op (o.a. bij Sphodromantis - en Hierodula soorten)

Femur:

 

 

 

Het dikke stekelige stuk van de vangpoot. Bij veel soorten is de helft

van de binnenkant hiervan voorzien van een donkere vlek. Als de bidsprinkhaan zich bedreigt voelt opent hij ( in biddende houding )

zijn vangpoten, waardoor er ineens 2 "ogen" getoond worden en de

aanvaller in verwarring wordt gebracht.

Dit stuk is het "dijbeen" van de vangpoot.

Tibia:

 

 

Het stuk dat eindigt in een haak. Dit "scheen"-gedeelte van de

vangpoot is het gedeelte dat dichtklapt en de prooi vastnagelt.

Dit is het vang apparaat van de bidsprinkhaan.

Tarsus:

 

 

 

De bidsprinkhaan heeft voor aan de tibia ( ter hoogte van de haak )

nog een heel klein stukje zitten dat eruit ziet als een gewone looppoot, zodat hij zijn vangpoten naast de jacht ook nog als looppoten kan gebruiken. Dit laatste sprieterige aanhangseltje noemen we Tarsus.

 

to the top.

 

 

    Hot news Foto's Gecko Mantodea Baardagamen & Co Forum